What’s in a name – Over de werknaam en de naam van origine

naambordjesAl sinds 2000 bepleit ik dat de overheid het mensen gaat toestaan een werknaam te kiezen die afwijkt van hun originele naam, als er maar sprake is van een originele naam die ‘onnederlands’ is. Sindsdien heb ik er geregeld in een artikel aandacht aan besteed en nu is het wederom tijd dat te doen. Wie weet wordt er eindelijk een journalist en/of politicus wakker en maakt deze er een heus landelijk thema van. Ooit moet het er toch van komen. Waar het om gaat:

Wat de overheid kan betekenen

In het register van de Burgerlijke Stand staat van ons allen de voor- en achternaam. Voor een deel van ons geldt dat zij een onnederlandse, moeilijk uit te spreken of te schrijven naam hebben. Juist hen zou de overheid de gelegenheid moeten bieden de voor- en achternaam te veranderen naar een in het Nederlands goed klinkende en goed te schrijven naam. Om te voorkomen dat daarmee de originele naam geheel teloor gaat, zou er een extra gegeven moeten worden vastgelegd: de voor- en achternaam van origine.

De naamswijziging betreft dan de ‘werknaam’ al zal er niet als ‘de werknaam’ aan gerefereerd worden, maar gewoon als ‘de naam’. Bedrijven, instellingen en belastingdienst noteren in hun archieven gewoon ‘de naam’ en houden zich verre van ‘de naam van origine’; ze vragen er niet eens naar. En de naam van origine mag gewoon gebruikt blijven worden in informele contacten, bijvoorbeeld in contacten met soortgenoten uit de eigen groep.

Een aangepaste naam bevordert de integratie

De werknaam kan het allochtonen een stuk gemakkelijker maken de werkplek te veroveren die geambieerd wordt. Ook wordt het voor de collega’s een stuk gemakkelijker. “Piet, geef die brief eens even” gaat toch soepeler dan “Dezjoereeff, geef die brief eens even”. Tegelijkertijd maakt het behoud van de naam van origine het de allochtonen een stuk gemakkelijker een zekere binding te houden met hun erfgoed, desnoods tot in vele generaties die nog komen gaan.

In buitenlandse namen komen vaak diacritische of taalspecifieke tekens voor die volkomen vreemd zijn aan het Nederlands. Ik kan me de tijd nog wel herinneren dat kranten die namen aanpasten aan onze taal. Er is echter op zeker moment een omslag gekomen dat hoofdredacties het nodig achtten om die buitenlandse namen niet langer aan te passen. Dat betrof dan niet alleen de uitspraak en schrijfwijze van bijvoorbeeld landen, steden en personen die in het nieuws genoemd werden, maar ook die van geïnterviewde of bekende allochtonen. Waarschijnlijk schuilde achter die omslag een soort politiek correct denken: hier het idee dat je de betreffende persoon omlaag haalt als je de voor- en achternaam “verbrast”. Journalisten werden vanaf dat moment gedwongen om de naam ‘zo correct mogelijk’ op te schrijven. In de hedendaagse krant zal je een verbrassing naar het Nederlands nergens meer aantreffen.

Ik durf te beweren dat dit de integratie van de allochtonen eerder heeft geschaad dan geholpen. Nòg minder dan vòòr de omslag nemen autochtonen de moeite om de naam te onthouden. Immers, het uitspreken is al een gedoe, laat staan het opslaan in het geheugen. Ook zal de autochtoon het volledig uitspreken zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Immers, zo verklein je de kans de les te worden gelezen omdat je de naam ‘fout’ uitspreekt en dus naar het oordeel van de politiek correcten geen respect betoont.

Aanpassing is ook hier alle eeuwen normaal geweest

Ik wil eraan herinneren dat bijvoorbeeld de joden die in de loop van de eeuwen uit Oost-Europa naar het westen kwamen hun naam aanpasten. In de V.S. is het nog steeds de bedoeling dat nieuwe staatsburgers bereid zijn hun voor- en achternaam toch wel minstens iets aan te passen, mocht men dat nuttig voor de integratie achten. In Nederland was trouwens bij de door Lodewijk Napoleon verordonneerde volkstellingen, aan het begin van de 19e eeuw, iedere burger verplicht om een voor- en achternaam aan te nemen die voor de overheid acceptabel was. Sommigen hadden al een acceptabele naam, maar anderen in het geheel niet. De gekste namen ontstonden toen, bijvoorbeeld omdat degene om wie het ging gewoon dronken was of uit obstinaatheid maar wat bedacht. Anderen noemden gewoon hun beroep. Ook onze familienaam raakte toen verbasterd; een verbastering waarvoor ik eigenlijk wel waardering kon hebben.

Allochtonen die, ondanks het aanbod van de Naam van Origine, niet bereid zijn de werknaam naar het Nederlands aan te passen moeten zich afvragen waarom ze per sé in Nederland willen wonen.

Getagd , . Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *