Fokke Obbema vindt ten onrechte iets humor

pietje-de-dood-e1409556586202Het artikel van Fokke Obbema over zijn hartstilstand en het jaar dat erop volgde was zondermeer indrukwekkend. Zelf heb ik het er met meerdere, ook mij nog onbekende, mensen over gehad. Vandaag, pas een paar dagen later, was er dit interview naar aanleiding van de vele reacties die hij reeds kreeg. Het waren vele hartverwarmende reacties, maar er was eentje bij die hem tot de volgende uitspraak verleidde:

‘Redelijk verbijsterend vond ik nog de reactie van iemand die me voorhield dat ik zo wel een snelle dood was misgelopen. Nu had ik misschien mooie jaren voor me, maar er wachtte me waarschijnlijk wel een langdurige ziekbed zoals de meeste mensen. Dus moest ik wel zo blij zijn met deze afloop? Nu ja, ik schaar dat maar in de categorie humor.’

Dat laatste, dat hij het schaart in de categorie humor, vind ik onterecht. Die schrijver heeft het absoluut niet als humor bedoeld en het zo afdoen is feitelijk een schrobbering van die schrijver.

Ikzelf heb al meteen bij lezen dezelfde gedachte als die schrijver gehad, al had ik nog wel de ‘fijngevoeligheid’ om die gedachte niet te gaan delen met Fokke Obbema. Ook in mijn gesprekjes met anderen ben ik er voorzichtig mee omgegaan. Maar nu de zaken liggen zoals ze nu liggen (de geest is uit de fles) moet me van het hart dat die schrijver een standpunt vertegenwoordigt dat weliswaar in het hedendaagse een taboe is, maar dat mogelijk niet langer zal zijn in een niet meer zo verre toekomst.

We moeten ons beter gaan beseffen dat het nog maar superkort geleden is dat veel mensen niet ouder dan 25 werden. In 1870 was het gemiddelde (gemiddelde!) 40 jaar. De eeuwen daarvòòr was het vast en zeker nog lager. Voor het gros gold dat ze een relatief snelle dood stierven, veelal door een acute infectie. Een paar dagen doodziek en het was gebeurd. Kanker? Heel misschien, maar in elk geval veel minder vaak. Hart- en vaatziekten? Idem.


Update ertussendoor:

Bovenstaande allinea zet op het verkeerde been. Die leeftijd van 40 jaar in 1870 werd zeer hevig bepaald door de sterfte op (zeer) jonge leeftijd. De groep die wėl het geluk had die jonge jaren te overleven werd in die eeuw gemiddeld wel degelijk ergens rond de zeventig.


De medische stand van zaken is nu zodanig dat we het gros van de infecties kunnen bestrijden en weer vrolijk kunnen doorgaan met het leven. Idem kunnen we harten, longen en vele andere organen repareren en zelfs helemaal vervangen. Prachtig.

Prachtig? Voor het eerst in de geschiedenis zijn grote hoeveelheden mensen min of meer verplicht om jaren, zo niet tientallen jaren, zichzelf voort te slepen, door een ziekte die hun kwaliteit van leven behoorlijk heeft verminderd. Die mensen moeten, zo wil het taboe, vooral BLIJ zijn met hun extra jaren!

Vroeger was er geen keuze mogelijk; het lot trof je en je ging dood, veelal snel dood. Door een infectie of door een ongeluk of door een roofdier of door een roversbende, noem maar op. Op al die terreinen is ‘vooruitgang’ geboekt. Mooi toch?

Ik ben daarvan niet meer zo overtuigd als ik vroeger was.

Bladwijzer de permalink.

Één reactie op Fokke Obbema vindt ten onrechte iets humor

  1. Victor Onrust zeggen:

    Ook ik las het verhaal van Obbema. Op zich was er met dat verhaal niet veel mis, het was wel een goed verhaal, behalve dan dat hij opeens naar de zin van het leven gaat zoeken.
    Dit soort therapeutische bezigheid hoort niet in een serieus nieuwsmedium thuis. En zeker niet in het opinie katern en zeker niet zo groot. Er staan al veel te veel artikelen in de VK die vanuit de persoonlijke levenssfeer van de journalist geschreven worden, met afwezige of minimale en dan slecht onderbouwde verwijzingen naar een algemener belang. En dan zijn er ook nog de vele human interest artikelen. Ondertussen is serieus eigen journalistiek onderzoek met een lantaarntje te zoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *