Principiëlen en bevreesden over de vrijheid van meningsuiting – Wie hebben er gelijk?

Vrijheid van meningsuiting, het is een fundamenteel recht dat menigeen uit principe voor iedereen wil kunnen garanderen, al verschillen de meningen over dat ‘iedereen’. Er is een klasse intellectuelen die werkelijk iedereen, dus helemaal niemand uitgezonderd, het recht gunt om willekeurig welke mening te hebben én te uiten. Een andere klasse intellectuelen belijdt dat gunnen voornamelijk met de mond. Welke klasse heeft er gelijk?

Twee klassen intellectuelen

Intellectuelen in de eerstgenoemde klasse, laten we ze in het kader van dit artikel de principiëlen noemen, hoor je er altijd bij zeggen dat de grens ligt bij het aansporen tot geweld of zware intimidatie. (Dus zò principieel zijn ze nou ook weer niet.) Met dat oordeel, zo menen zij, kunnen we de kwalijke kanten van meningsuiting voldoende binnen de perken houden. Ook zijn ze er altijd van overtuigd dat de ‘kwalijke mening’ heel goed te pareren is met rede. Zorg voor een goed debat en de kwalijke mening zal nooit echt wortel kunnen schieten, zo menen ze. In een echte democratie zijn de mechanismen voldoende krachtig om het echte kwaad te voorkomen, zo menen ze ten diepste.

De intellectuelen van de tweede klasse, zeg maar de bevreesden, zijn juist als de dood dat de ‘kwalijke mening’ wèl wortel schiet. Zij belijden de vrijheid van meningsuiting vaak wel met de mond, maar schromen niet om, via hun eigen recht op mening uiten, volk en vaderland te waarschuwen voor het gevaar. Te waarschuwen, niet zozeer via debat en rede, maar door de ‘levensgevaarlijke’ ander te benoemen als een duivel of duivel in wording. Het beoordelen van die gevaarlijke ander wordt liever niet overgelaten aan de gewone burger. Nee, deze intellectuelen voelen zich geroepen de beoordeling al bij voorbaat in te fluisteren in de vorm van een veroordeling. In een artikel over een vermeend gevaarlijk persoon wordt die persoon veelal reeds in de eerste zin getypeerd als ‘fascistisch’, ‘racistisch’, ‘populist’, ‘extreemrechts’ of ‘extreemlinks’. Sommigen kiezen een op het eerste gezicht iets mildere vorm. Die hebben het dan over een neigen naar, bijvoorbeeld, fascisme. Het is echter even dodelijk. Ook zij laten er geen misverstand over bestaan hoe de lezer over iemand hoort te oordelen.

albright boeks

Madeleine Albright wil ons waarschuwen voor herlevend fascisme. Maar heeft zij wel gelijk? Draagt ze niet eigenlijk het hare bij aan de polarisering?

Madeleine Albright wil ons waarschuwen voor herlevend fascisme. Maar heeft zij wel gelijk? Draagt ze niet eigenlijk het hare bij aan de polarisering?

Terwijl de principiële intellectuelen wellicht naïef positief denken over het oordelend vermogen van de gewone burger, lijken de bevreesde intellectuelen te worden gedreven door een diep verankerde angst dat het oordelend vermogen van de gewone burger onvoldoende is. Het zal een gevolg zijn van de lessen die zij van hun ouders en grootouders leerden, vooral over de Tweede Wereldoorlog. Waarbij het maar de vraag is of zij die lessen wel echt goed begrepen hebben, of goed  uitgelegd hebben gekregen. Te vaak wordt door hen met een beschuldigende vinger gezinspeeld op voorboden van wéér een inktzwarte tijd. Waardoor niet zozeer dialoog en debat ontstaat, maar slechts de maatschappij polariseert en we misschien wel vooral daardoor richting een inktzwarte tijd worden gedreven. Over self-fulfilling prophecies gesproken.  

Mogelijk hebben beide klassen intellectuelen het mis. De principiële klasse is wellicht veel te optimistisch over de kracht van onze democratie, waar het gaat om het kunnen omgaan met willekeurig welke geuite mening dan ook. De bevreesde klasse is wellicht veel te snel met alarm slaan en waarschuwen tegen het dreigende onheil.

Geweld in het verleden

Zoals gesteld denkt de principiële klasse voldoende zekerheid te hebben ingebouwd door een geweldsverbod in te bouwen. Je mening uiten? Prima, maar propageren van geweld is niet toegestaan. Wat deze klasse echter vergeet te bedenken is dat hun verbodswoorden slechts betrekking hebben op de toekomst, niet op het verleden. Zolang iemand maar niet dreigt met geweld (wat slechts de toekomst impliceert) is het goed, denkt men in deze klasse. Echter, er hoort ook rekening te worden gehouden met het geweld dat in het verleden plaatsvond! Men hoort zich af te vragen wat de uitgedragen mening in vroegere tijden heeft gebracht, mocht die mening niet nieuw zijn. Was dat voornamelijk oorlog, verderf, massamoord, genocide en/of kwalijke onderdrukking? Dan zou dat voldoende moeten kunnen zijn om het uitdragen van die mening wel degelijk te verbieden. Het is, concreet gesteld, de vraag of bijvoorbeeld fascisme eigenlijk wel een legitieme mening is. Wanneer er geen voorbeelden voorhanden zijn van praktijkgevallen waar fascisme tot een enigszins leefbare maatschappij leidde, is het een alleszins redelijk standpunt om het als een illegitieme mening te beschouwen en zodoende fundamentalistische uitingen ervan te verbieden. Leren van de geschiedenis, heet dat.  

De bevreesde klasse lijkt dat principe – dat resultaten uit het verleden een verbod rechtvaardigen – beter door te hebben dan de principiële klasse. Toch schiet deze klasse geregeld door. De alarm-sensoren staan dan te gevoelig afgesteld, waardoor er geheel voorbarig en ongenuanceerd gewaarschuwd wordt. Dan noemen zij (om in het voorbeeld te blijven) iemand een fascist waar die persoon zelf een minstens even grote bloedhekel aan fascisme heeft. Dat schiet niet op, dat duidt op onbegrip, op onbegrepen worden. Zo is niet iedereen die pleit voor de eigen landsgrenzen een fascist. Integendeel zelfs, want een echte fascist zal niet snel tevreden zijn met de eigen landsgrenzen. Voor deze klasse geldt dat het de lessen van de geschiedenis beter moet lezen. Of eigenlijk, opnieuw moet leren lezen.

De derde klasse

Het zal de lezer duidelijk zijn dat er behoefte is aan een derde klasse intellectuelen. Dat is de klasse voor degenen die niet, of niet langer, tot de principiëlen of de bevreesden willen behoren. Laten we hen de realisten noemen. Deze intellectuelen beseffen dat ook geweld uit het verleden in ogenschouw moet worden genomen, maar ze beseffen evenzeer dat vergelijken met bewegingen uit het verleden niet licht moet worden gedaan.

 

Bladwijzer de permalink.

Één reactie op Principiëlen en bevreesden over de vrijheid van meningsuiting – Wie hebben er gelijk?

  1. Pingback:Gab – Goed alternatief naast Twitter? | PvanLenth

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *