Tijd voor een nieuwe loot aan de boom van het bijzonder onderwijs: De Atheïstische School

Wat doen we met de bel?

Aparte atheïstische scholen. Alle mensen die ik erover aanspreek reageren meteen: “Dat zijn toch de openbare scholen?”. Waarmee ze bedoelen dat het een onzinnige gedachte is om een nieuwe loot aan de boom van bijzonder onderwijs toe te voegen. Zijn openbare scholen atheïstisch? Ik dacht het ooit, maar weet nu wel beter.

Openbare scholen léken een halve eeuw geleden misschien atheïstisch. Zover als mijn eigen geheugen me hierin helpt, er was op mijn basis- en middelbare school – jaren 50-60 – géén gelegenheid om godsdienstonderwijs te volgen. Of het moet zo zijn dat mijn ouders me daarvan vrijwaarden, want conform de (huidige) statuten is dat allemaal facultatief. Kijken we naar die (huidige) statuten, dan blijkt dat openbare scholen absoluut géén atheïstische scholen zijn. Sterker, een openbare school is verplicht om kinderen van iedere gezindte op te nemen en ook nog eens iedere gezindte te respecteren. Ergo, binnen een openbare school wordt het als ronduit ongepast gezien om kinderen te vertellen dat er helemaal geen god is. Het beleid van openbare scholen is het voorlichten van de kinderen over alle ertoe doende religies op een wijze die de aanhangers van die religies niet als kwetsend ervaren. Sterker, het beleid is erop gericht dat ook religieuze ouders hun kinderen naar een openbare school durven en willen sturen. De drempel moet laag zijn. De religieuze ouders moeten zich voldoende comfortabel voelen.

Openbare scholen waren vroeger de volle verantwoordelijkheid van gemeenten, maar tegenwoordig vallen ze veelal onder een stichting. Die stichtingen zijn gebonden aan de onderwijswet, maar evengoed hebben ze ook de vrijheid om accenten te leggen. Daarin kunnen ze ver gaan en dat gebeurt dus ook, zeker in de wijken waar het percentage gelovigen hoog is. Zo mag en zal een openbare school in buurten met heel veel moslims de hoofddoek ‘respecteren’, halalvoedsel in de kantine aanbieden en zelfs gebedsruimten ter beschikking stellen. De school zal in dat alles vast en zeker minder ver gaan dan een islamitische school, maar de rechten worden wel ‘binnen redelijke grenzen’ gegund. Er is zodoende, als atheïst, bij het kiezen van de school voor je kind, alle reden om even kritisch te staan ten opzichte van de openbare school in je buurt als ten opzichte van de bijzondere scholen.

Een atheïstische – en dus bijzondere – school daarentegen zou al dat soort ‘rechten’ kunnen en willen afwijzen. Immers, een bijzondere school mag, in tegenstelling tot een openbare, wèl kinderen weigeren op basis van de levensovertuiging. Daarmee is niet gezegd dat de kinderen op zo’n atheïstische school geen onderwijs zullen krijgen over alle religies. Maar de inhoud van dat onderwijs zal zeker van een andere soort zijn. Op een religieuze school zal het kind wordt ingeprent dat God of Allah bestaat en dat het erg belangrijk is zich te houden aan de wetten van het Heilige Boek. Op een openbare school krijgt het kind les over diverse godsdiensten en wordt er geen ander oordeel over die godsdiensten uitgesproken dan dat hun gelovigen met respect moeten worden bejegend. Alleen op een atheïstische school kan het kind vrij en zonder schroom worden verteld dat God en Allah juist niet bestaan. Dat uitgangspunt betekent niet dat die kinderen voor galg en rad zullen opgroeien omdat ze geen Heilig Boek als leidraad hebben. Een stuk scholing in het interpreteren van de verhalen uit de Boeken vanuit een zeker evolutionair en antropologisch perspectief, zal ertoe leiden dat deze kinderen die boeken, en hun rol in de ontwikkeling van onze cultuur, juist beter begrijpen dan gelovigen.

Best mogelijk dat er aanvankelijk voornamelijk ‘witte’ atheïstische scholen zullen ontstaan. Echter, het is aannemelijk dat religieus opgevoede mensen die zijn gaan twijfelen een positief beeld van die scholen ontwikkelen en besluiten hun kinderen ernaartoe te sturen. Afvalligen raken nogal eens onthecht van hun familie- en vriendenkring. Die onthechting kan maken dat men zich eenzaam en verloren voelt. Een atheïstische school kan een nieuwe vriendenkring betekenen. Een kring waarbinnen men zich vrij en thuis voelt. Een kring die bovendien toegang tot een ander deel van de arbeidsmarkt kan bieden. Een atheïst zal niet worden aangenomen in een islamitische slagerij. Idem zal een moslim niet worden aangenomen bij een bedrijfje waar het atheïsme in de genen zit. Dat heet verzuiling. Velen denken dat er tegenwoordig geen verzuiling meer is. Bovendien vinden ze verzuiling een slechte zaak. Dat is het echter niet als de culturele diversiteit te fors is geworden, als de meningsverschillen tussen (al of niet religieuze) groepen te groot zijn gebleken. Dan is verzuiling een logische ontwikkeling. Mensen willen onder soortgenoten zijn, omdat ze zich dan beschut en veilig voelen.

De Atheïstische School verdient een serieuze kans, Dat deze niet al veel eerder van de grond kwam, heeft alles te maken met de heel grote denkfout van atheïsten en humanisten in de 20e eeuw. Die dachten toen massaal dat met het toenemen van welvaart, wetenschap en onderwijs de mensen vanzelf zouden ontkerkelijken. Tot op zekere hoogte kregen ze gelijk, maar ergens stokte die ontwikkeling. En nu moet dat type school er toch maar gaan komen.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *