Voor wie denkt dat Immanuel Kant’s ethiek ons aller leidraad zou moeten zijn

Het is Hidde Fokkema van De Volkskrant die naar aanleiding van de coronacrisis een filosofe mocht interviewen over ‘de kwetsbaarheid van het bestaan‘. Beate Roessler is professor ethiek aan de UvA. Het interview bevat – voor mij – niet echt eye-openers. Wel is het afsluitende deel interessant genoeg om eens op te reflecteren. Mijn blauw overigens.

Roessler: “Wat ik mooi vind, is dat de meeste politici in Nederland nu kantiaans redeneren, namelijk: we moeten elk afzonderlijk leven respecteren en alles doen om dat te redden. Er zijn nauwelijks politici die het utilistische standpunt innemen en vooropstellen: wat is beter voor het grootste aantal mensen? Die komen dan vooral uit bij het op gang krijgen van de economie. Trump lijkt daartoe te neigen – hij zei dat je je moet afvragen of het middel niet erger is dan de kwaal. In Nederland hoor je dat geluid gelukkig niet. In de grond van ons hart zijn wij kantianen. Die moeten ook naar rechtvaardigheid kijken, omdat de existentiële kwetsbaarheid van de mens zich ook in een sociale context toont. Dat betekent respect voor ieder kwetsbaar individu, niet alleen goede ziekenhuizen en ic-bedden, maar ook meer geld voor de mensen die daar werken. Dat is de kantiaanse benadering, naast dat fundamentele punt: het is ethisch juist dat we nu niet naar buiten mogen, want dat kan een mensenleven redden.’

De ethiek wint het dus van de economie?

Ja. Al zeggen utilisten dat hun benadering, het vooropstellen van de samenleving en niet het individu, ook een ethische is.’

Maar kan die stemming ook omslaan: zouden de kantianen het op enig moment kunnen afleggen tegen de utilisten?

‘Natuurlijk moet de economie geleidelijk weer meer aandacht krijgen dan nu al het geval is. Maar ik denk niet dat er bij ons ooit een democratische meerderheid zal zijn voor een beleid dat zegt: het middel is nu erger geworden dan de kwaal, jammer van eventuele doden, laten we maar naar buiten gaan.’

Ik moest terugdenken aan de film “I am Mother”, een science fiction film van het betere soort. In die film zit een scene van zo’n twee minuten (vanaf 9:50 minuten) die ik beschouw als iconisch. Immanuel Kant wordt er expliciet in genoemd en de latere kritiek op Kant wordt uitstekend tot uitdrukking gebracht. Die kritiek wordt toegeschreven aan de ‘utilitaristen’, een aparte stroming in de filosofie. Maar let op, wie op internet op zoek gaat naar de kernwaarden van dat utilitarisme kan bedrogen uitkomen. Veelal worden die kernwaarden te simplistisch weergegeven. Eigenlijk wordt juist dàt in die twee minuten zo duidelijk en mooi aangetoond.

Als je het interview hierboven moet geloven is Kant een soort van ijkpunt van ons hedendaags ethisch denken. Zeker, hij is een belangrijk filosoof geweest. Wie filosofie studeert of er interesse in heeft, begint bij de Griekse filosofie om dan via anderen én Kant richting de meer hedendaagse filosofen te gaan. Kant’s formuleringen van het ethisch juiste kunnen niet overgeslagen worden, wil je goed kunnen meepraten in het ethiekdebat. Maar zijn ethiek is geen eindpunt gebleken; latere filosofen hadden kritiek op hem, en terecht.

Veelal wordt Nietzche genoemd als de tegenpool van Kant, maar in de film zelf wordt Auguste Comte genoemd. Dat is ook logischer. Nietzche is niet verbonden met het utilitarisme, Comte wel. Deze had namelijk invloed op John Stuart Mill, die veel voor het utilitarisme betekend heeft. Het gaat te ver om hier de ethiek van al deze filosofen uit te leggen; Wikipedia is daarvoor veel geschikter. Wel wil ik hier die twee minuten uit de doeken doen. Het is niet echt een spoiler, want het zit erg aan het begin van de film en zou je vooral moeten prikkelen om de film (op Netflix) zelf te gaan kijken.

In ‘I am Mother’ wordt een jong meisje (Daughter) opgevoed door een robot (Mother) in een compleet afgesloten bunker. De mensheid is namelijk bij een apocalyps uitgeroeid en Mother heeft de taak om een nieuwe generatie mensen te laten ontstaan uit 63.000 embryo’s. Daughter is daarvan de eerste. Bedoeling is dat de ethiek van die nieuwe mens helemaal goed moet gaan worden om zo’n apocalyps voortaan te voorkomen. Dàt is de opdracht die de robot heeft gekregen van haar scheppers. Daughter krijgt ter voorbereiding op een volgend tentamen een keuze voorgelegd. Er zijn vijf mensen die ieder snel behoefte hebben aan een nieuw orgaan; een hart, een long, een nier, noem maar op. Een zesde persoon wordt binnengebracht in het ziekenhuis na een ongeluk. Die persoon leeft nog wel. De vraag aan Daughter, die de rol van dokter krijgt, is of ze bereid is die ene persoon op te offeren zodat de anderen een orgaan kunnen krijgen. Daughter twijfelt aanvankelijk, en na aandringen zegt ze dat ze voor een goede keuze toch echt eerst meer moet weten over die zes mensen. Want het zou zomaar kunnen dat de vijf die een orgaan nodig hebben haar niet aanstaan wat hun ideeën over het leven betreft. En bovendien, stel ze zou zelf die zesde persoon zijn, dan zou ze – als ze in leven zou blijven – later nog veel meer levens kunnen redden. Ze is immers dokter. Mother confronteert haar met wat ze vorige maand op min of meer dezelfde vraag gezegd had. Waarop Daughter zegt: “Toen had ik alleen nog Kant gelezen”. Ofwel, ze heeft deze maand gelezen over Comte en denkt er nu toch anders over. Of Mother tevreden is over haar antwoord? Kijk de film, zou ik zeggen.

Bladwijzer de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *