Hama

De krant beschrijft het bloedbad dat in 1982 plaatsvond in Hama, Syrië (Volkskrant, 28/2, p. 4). Volgens schattingen tegen de 40.000 doden in een maand tijd. Het was het gevolg van de manier waarop de regering meende aldaar de moslimbroederschap te moeten bestrijden. Die werd, terecht, gezien als zeer groot gevaar. 

Die manier – huizen platwalsen en in de fik steken, massaal executeren, noem maar op – kan je inhumaan en meer dan gruwelijk noemen. Zo hoor je het niet aan te pakken. Maar dan wordt de hamvraag: Hoe pak je het dan wél aan?

Feit blijft dat de moslimbroederschap zélf begon met terreur en militante machtsovername. Zo was er een aanval op een politie-academie waar jonge rekruten werden afgeslacht. Het was de autoriteiten toen maar al te duidelijk met welk ‘addergebroed’ ze van doen hadden.

Westerlingen – zoals de lezers van de krant – kunnen dan wel verontwaardigd doen over de gruwelijke manier waarop in Hama werd huisgehouden. Maar wees niet verontwaardigd zonder ook na te denken over hoe je als beschaveling dan wèl moet reageren op die (moslim)terreur.

Peter van Lenth
Laatste berichten van Peter van Lenth (alles zien)