In een uitgebreider artikel werd uitgelegd dat enerzijds transgenders toegang willen tot specifieke seksegebonden voorzieningen en sporten, terwijl anderzijds vooral zekere feministische vrouwen juist niet willen dat transvrouwen toegang tot hun voorzieningen en sporten opeisen. Wanneer een transvrouw zo’n feministische vrouw tegenkomt en als de transvrouw als zodanig herkend wordt, is de kans op daadwerkelijk conflict groot. Maar ook in de werksfeer kan dit spelen. Denk aan een transkritische werknemer die van de baas de instructie krijgt om een transvrouw aan te spreken met de nieuwe voornaam en de voor vrouwen bedoelde persoonlijke voornaamwoorden (zoals zij en haar). Kan die baas de instructie bij wet afdwingen?
Protected Belief
De Engelsen hebben een wet waarop een werkneemster, die persé niet wilde meegaan in het idee dat transitie naar de andere sekse echt mogelijk is, een beroep deed. In die wet wordt de uitdrukking ‘Protected Belief’ gehanteerd. Maya Forstater had een tijdelijk contract bij een internationaal instituut. Deze werkgever kreeg weet van haar tweets over transgenderisme en wilde haar geen nieuw contract aanbieden nadat ander personeel over haar zijn beklag had gedaan. Forstater deed een beroep op een wetsartikel dat bedoeld is om mensen met een geloof te beschermen tegen discriminatie. Het komt wat onnatuurlijk over, want het komt erop neer dat haar zienswijze slechts een geloof zou zijn, zoals ook een religie een geloof is. Het impliceert ook dat het tegenovergestelde – de zienswijze dat mensen wèl van geslacht kunnen veranderen – al evenzeer een geloof zou zijn en dat beide zienswijzen evenveel waard zijn, zoals ook bijv. het christendom, hindoeïsme, de islam, atheïsme en humanisme om het even evenveel waard zouden zijn. In elk geval, zij deed er een beroep op. In eerste instantie werd haar klacht afgewezen, maar in hoger beroep kreeg zij toch haar zin. Vanaf dat moment gold dat het iedereen vrij staat om het geloof in de onveranderlijkheid van geslacht aan te hangen én uit te dragen.
Echter, er volgde een andere zaak die een ‘nuance’ aanbracht. Een dokter, David Mackereth, die werknemers moest beoordelen alvorens die een uitkering konden krijgen, wilde uit principe niet meegaan in de instructie om transgender klanten te benoemen met hun nieuwe persoonlijke voornaamwoorden. (Met hun gewijzigde voornaam had hij geen moeite.) Het hof bepaalde dat hij wèl daartoe kon worden gedwongen door zijn werkgever. Deze werkte namelijk met een beleid waarin de instructie was opgenomen.
Beide zaken lijken niet veel te verschillen, maar voor de rechters zat het verschil hem in de details. Forstater vervulde geen functie die haar veelvuldig met klanten liet omgaan. Er werd door de rechters ook geen potentieel of structureel conflict met collega’s gezien. Haar uitspraken op (toen nog) Twitter werden als binnen de marges beschouwd. Bij Mackereth was wèl sprake van omgang met vele klanten en werd verwacht dat deze zich neer zou leggen bij de instructie hoe met klanten om te gaan, net als zijn andere collega’s.
Zoals gezegd kreeg Forstater in eerste instantie niet haar zin. De aanvankelijke rechters stelden dat aan een van de eisen van een ‘protected belief’ niet voldaan was. Er is namelijk de eis dat er binnen de maatschappij draagvlak voor het geloof moet zijn, en dat zou voor haar ‘geloof’ niet gelden. De consensus binnen de maatschappij moet zijn dat het om een te respecteren geloof moet gaan. Deze bijzondere clausule werd in het hoger beroep niet zozeer afgeschaft, maar wel werd de drempel sterk verlaagd; het hoefde niet langer te gaan om een brede consensus. Zo werd de sterk complicerende werking van die clausule enigszins bezworen.

Het is in mijn ogen weer een mooi staaltje van hoe de rechterlijke macht zich soms in bochten wringt. In theorie is het mooi voor de wereld dat er wordt opgekomen voor slachtoffers en wordt opgetreden tegen hun discriminatie. Transgenders claimen precies zulke slachtoffers te zijn die beschermd moeten worden tegen discriminatie. Die kijk wordt gedeeld door veel mensen en politici, al is dat aantal tanende. Ook via de wet worden ze beschermd. Die bescherming ging zelfs zover dat transcritici op hun tellen moesten passen. Uiteindelijk konden die critici hun kritiek toch blijven geven door een beroep te doen op een wet die bedoeld is voor gelovigen. Wat ooit begon als middel om waarlijke godsdienstoorlogen eindelijk te laten eindigen, is verworden tot middel dat menige nieuwe, mogelijk uit de hand lopende, geloofsstrijd – of zelfs feitenstrijd – in de kiem moet smoren. Zelfs waar bijna alle mensen iets aannemen als een waarheid als een koe (hier: mensen kunnen niet van geslacht veranderen), kunnen enkele anderen naar de rechter stappen en eisen dat hun waanidee (mensen kunnen wèl van geslacht veranderen) wordt ‘gerespecteerd’ en dat ze niet mogen worden buitengesloten. Waarna die vele anderen niet veel anders kunnen doen dan een beroep te doen op diezelfde geloofswet.
Respect voor transgenders
Er is trouwens nog een andere kanttekening bij deze geloofswet te plaatsen. Een geloof wordt alleen beschermd als het getuigt van een zeker respect voor andere gelovigen. In de praktijk betekent dit dat het ‘geloof’ niet demonstratief of beledigend mag worden toegepast. Voor de transcriticus is de consequentie dat bij de confrontatie met een transgender niet demonstratief (uitdagend, opjuttend, provocatief) mag worden gehandeld of dat er beledigd mag worden. Dit lijkt een logische zaak. Maar wie bepaalt of iets demonstratief of beledigend bedoeld is? Beide partijen zullen hierover al snel anders denken. In een debat kan de confrontatie rustig worden aangegaan, onder de vlag van de vrijheid van meningsuiting. In het persoonlijke contact (bijv. op een verjaardag, bij een overleg of bij de bakker) kan de criticus beter eerst rustig aangeven vanwege het eigen wereldbeeld niet bereid te zijn het taalgebruik teveel aan te passen. Gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden (zij, haar, hij, hem) kan trouwens worden omzeild door in al die gevallen de voornaam of achternaam te gebruiken. ‘Zij moet eerst haar handtekening zetten…’ wordt dan ‘Alexia moet eerst de handtekening zetten…’. Op Wikipedia zijn pagina’s te vinden waar de auteur erin slaagde die methode het hele artikel vol te houden zonder dat het onprettig om te lezen werd.
Respect voor interseksuelen
Overigens is het ook altijd zaak eerst uit te zoeken of het misschien om een geval van intersekse gaat. De uiterlijke kenmerken en het gedrag kunnen bij deze mensen sterk afwijken van het stereotype beeld dat we van ‘de man en de vrouw’ hebben, een en ander totaal verklaarbaar door een fout in de vroegste ontwikkeling, door een genetisch defect of een ander type stoornis.
Wanneer er bij de geboorte twijfel ontstond en er van lieverlee maar een keuze werd gemaakt, en als het kind of de volwassene zich later toch richting de andere sekse bleek te ontwikkelen, dan moet de keuze voor dat andere geslacht gewoon worden gerespecteerd. Idem geldt dit als er bij de geboorte geen twijfel ontstond, maar uit latere tests toch sprake bleek te zijn van een DSD.
Het gaat bij intersekse om een heel klein deel van de bevolking. De transgendergemeenschap hanteert graag een ruime definitie. Bij die definitie loopt het percentage wel op tot 1,9%. De definitie die hier wordt gebruikt sluit meer aan bij DSD. Dan hebben we het eerder over 0,018%. (Definitie van intersekse.) Sommige formeel interseksuelen zijn trouwens niet eens op de hoogte van hun interseksualiteit of noemen het niet zo of zijn redelijk tevreden in hun rol als man of vrouw en worden ook als zodanig gezien door de omgeving.

Respect voor ‘non-binairen’
Problematisch wordt ‘respect tonen’ zeker wanneer er een claim op non-binair wordt gedaan. Men zou nog kunnen denken dat dit minder een probleem is bij interseksuelen, waarvan de term al flink suggestief is. Maar ook voor interseksuelen geldt dat zij een denkfout maken als zij bij zichzelf non-binariteit veronderstellen. Een non-binaire uitleg van het begrip wordt bestreden door medici die zich baseren op DSD; zij stellen dat de stoornissen onverlet laten dat er vroeg in de ontwikkeling een keuze tussen aanleg van de testes òf de eierstokken wordt gemaakt. Het probleem zou zijn dat er bij de verdere realisatie van het geslacht iets misgaat.
Maar ook als we toch bij hen tweevoudig geslacht zouden erkennen, is het evengoed veel gevraagd om voor deze groep een aparte reeks persoonlijk voornaamwoorden te hanteren. Aandringen op aparte voornaamwoorden betekent dat er telkenmale weer speciaal onderscheid moet worden gemaakt, wat laten opgaan in de gemeenschap er voor die mensen niet makkelijker op maakt. Zo leidt een strijd om erkenning als aparte groep bij anderen juist tot het gevoel dat er een lastige groep is. Het werkt discriminatie daarmee juist in de hand. De zich non-binair voelende interseksueel kan wellicht beter leren accepteren dat mensen reageren op basis van enerzijds lichamelijke kenmerken en anderzijds gedrag en kleding van het moment, waarbij deze zich ervan bewust moet zijn dat gedrag en kleding kunnen conflicteren met de lichamelijke kenmerken, wat het voor mensen ingewikkeld kan maken.
Voor niet-interseksuelen geldt dat er geen DSD is gevonden. (Wel kan zo iemand verzoeken om gericht medisch onderzoek naar DSD; je weet maar nooit.) Erop gewezen dat bij hen geen stoornis of defect is geconstateerd, verweren zij zich vaak met de stelling dat er vast in hun foetale ontwikkeling iets heeft plaatsgevonden. Iets dat leidde tot bijvoorbeeld een hormonale situatie die niet strookt met hun geslacht. Laat dat zo zijn, dan zal dat hooguit een effect hebben op hun mate van vrouwelijke of mannelijke beleving, niet op hun vrouw of man zijn. Ergo, als een man bij zichzelf naast mannelijk gedrag ook vrouwelijk gedrag waarneemt, laat dat onverlet dat hij biologisch een man is. Voor wie ‘gelooft’ in de onveranderlijkheid van geslacht, is er alle reden om zo iemand (interseksueel of niet) te blijven zien als man en daarom niet mee te gaan in de ‘wens’ te worden aangesproken met aparte persoonlijk voornaamwoorden (zoals hen en die).
Een naamswijziging respecteren lijkt tot daaraan toe, maar wie verder het maximale aan respect aan de ‘non-binair’ wil betonen zonder van het eigen ‘geloof’ te vallen, kan maar het beste overschakelen op gebruik van de voor- of achternaam in plaats van ‘hij’ of ‘zij’ of ‘hen’ of ‘die’. Bij vluchtige gebeurtenissen (dus met onbekenden), bijvoorbeeld bij de bakker, kan men maar het beste de reguliere intuïtie volgen. Oogt deze persoon in jouw ogen qua lichamelijke kenmerken als een man, al is dat in tegenspraak met het gedrag en de kleding van dat moment? Gebruik dan gewoon ‘hij’, als in ‘Hij is eerst’. Zegt die persoon daar wat van? Vertel dan dat je niet kan meegaan in ‘zijn’ wereldbeeld, vanwege jouw ‘protected belief’.
- Is het Wikipedia of toch Wokepedia? - 16 februari 2026
- Wat beperkt in Nederland de VvMU? - 16 september 2025
- Reactie op opinieartikel ‘Biologie als wapen’ - 9 juni 2025
